Vanaf het vijfentwintig kilometer boven Parijs gelegen Mériel steken we de rivier de Oise over naar Butry-sur-Oise. Daar slaan we het fietspad richting Auvers in. Het wordt nog een hele klim op deze warme dag. Op een verlaten driesprong twijfelen we over de juiste richting. Het pad naar links lijkt naar niets te leiden. Toch moet dit zandweggetje volgens Google Maps de route naar Auvers zijn. Tussen de uitgestrekte velden proberen we ons evenwicht te bewaren. De kleur van het gemaaide koren herinnert aan die van Van Goghs meesterwerken. Zou hij dit pad bewandeld hebben? Na het passeren van een elektriciteitsmast bereiken we iets wat op de bewoonde wereld lijkt: een rijtje krotwoningen, een werkplaats en enkele geparkeerde auto’s die hun beste tijd hebben gehad. Als de weg wat beter begaanbaar wordt, valt ons oog op het cimetière. We parkeren onze mountainbikes tegen de muur, wandelen door de poort en slaan rechtsaf.

‘Ze liggen begraven tegen de muur,’ merkt mijn reisgenoot terecht op. Dat maakt het zoeken eenvoudiger. Al na een meter of tien zien we de grafstenen van Vincent en de slechts een half jaar later overleden Theo gebroederlijk naast elkaar staan. Ontroerend om dit moment mee te maken op de verlaten begraafplaats. Achteraf kwamen we op het juiste ogenblik, nog geen vijf minuten later verdringen groepen mensen zich voor de twee met klimop uit de tuin van dokter Gachet bedekte graven.

We pakken onze fietsen weer en zien op een hoek van een van de velden een bord staan waarop het schilderij ‘Korenveld met kraaien’ is afgebeeld. Het met wilde planten overwoekerde terrein is de plek waar Van Gogh zijn eenzame angstvisioen schilderde. Via een smal wandelpad treden we in Vincents voetsporen. Weer fietsend tussen de korenvelden lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. Ik schrik op van een harde knal. Het blijkt het geluid te zijn van een in het veld opgestelde vogelverschrikker. Na een tamelijk steile afdaling bereiken we Rue Daubigny.

Een van de eerste huizen die we daar aantreffen is Maison – Atelier Daubigny. Achter de poort bevindt zich de drie keer door Vincent van Gogh geschilderde tuin. Het aan Charles François Daubigny (1817 – 1887) opgedragen museum is niet groot. Hoewel Van Gogh een liefhebber was van het werk van deze impressionistische voorganger, maken de hier gepresenteerde werken geen grote indruk. Wel is het fijn om de schoenen uit te kunnen trekken in de tuin en te genieten van een lekker briesje.

De meeste mensen die rondlopen in Auvers doen dat met een professionele gids of ze kiezen voor de Van Gogh-wandelroute-app. Google Maps maakt in deze straat echter melding van de Van Gogh-roots en van een heus museum dat is gewijd aan de door Van Gogh geschilderde boomwortels. De wandelroute-app negeert deze plek volledig.

In 2020 ontdekte Van Goghkenner Wouter van de Veen na het bestuderen van oude ansichtkaarten uit Auvers de exacte plek waar de kunstenaar zijn laatste doek moet hebben beschilderd. Burgemeester Isabelle Mezières deed er alles aan om te voorkomen dat het een toeristische trekpleister zou worden. Ze vreesde lawinegevaar en onveilige verkeerssituaties. Ze liet een groot houten bord plaatsen voor de wortels en dreigde zelfs de honderden jaren oude bomen te verwijderen. Maar, nu blijkt dat naast de reproductie van de veelkleurige afbeelding in het midden van de Rue Daubigny door een hek de oorspronkelijke boomwortels goed te zien zijn.

Naast de bomen zijn kaartjes te koop voor een wandeling over het terrein. Een vriendelijke jonge vrouw vraagt aan welke taal we de voorkeur geven. Bescheiden zeg ik: ‘Doe maar Engels’, maar als de vrouw Nederlands met een zacht Vlaams accent begint te spreken, voelt dat als thuiskomen. Ik vraag haar hoe de eigenaar van het terrein reageerde op de ontdekking. De familie Serlinger had destijds het huis en het terrein gekocht vanwege de liefde voor Van Gogh, vertelt ze. Na de eerste schrik en de opwinding bedachten ze het plan om een wandeling over een deel van hun terrein te faciliteren. Dat lukte pas na een jarenlange juridische strijd met de burgemeester.

Tijdens de wandeling biedt een audioapparaat de mogelijkheid om te reflecteren op de betekenis van het werk van Van Gogh. Terwijl we de heuvel beklimmen, horen we het verhaal over Vincents innige band met zijn broer Theo, zijn liefde voor de natuur en zijn kijk op de cyclus van leven en dood. Vanaf de top van de heuvel krijgen we opnieuw een kijkje over de velden rond Auvers waar de kunstenaar ronddwaalde terwijl hij koortsachtig zocht naar nieuwe artistieke wegen. In deze periode maakte hij vaak gebruik van de ’twee vierkanten naast elkaar’ verhouding.

Onderweg passeren we reproducties van belangrijke schilderijen. ‘Amandelbloesem’ is een eerbetoon aan het leven, opgedragen aan Theo’s zoon. Deze Vincent Willem zou later een belangrijke rol vervullen bij de stichting van het Amsterdamse Van Gogh Museum. Ook Theo’s weduwe Jo, heeft zich de rest van haar leven ingezet voor het bekendmaken van Vincent van Gogh als kunstenaar. De audiotour is een mooi eerbetoon, dat af en toe lachwekkend fout is ingesproken door een AI-tool met een menselijke stem.

‘Dat kan beter,’ geeft de Vlaamse gids toe, ‘maar we moeten het doen met bescheiden financiële middelen. Zoals je zult begrijpen hoeven we van de gemeente Auvers niet veel te verwachten.’

Het eindpunt van deze dag is de majestueus door Vincent vastgelegde Notre-Dame-de-l’Assomption in het centrum van Auvers. Binnen is het heerlijk koel. We kopen een kaarsje waarop het schilderij van de kerk is afgebeeld, zodat we die thuis als herinnering aan de kunstenaar kunnen aansteken.

***
De volgende dag is het buiten zo mogelijk nog warmer. Het lukt nog net om de kerk met zijlicht op de foto te krijgen. De eerste halteplaats is het in authentieke staat gebleven station. Dankzij de goede treinverbinding was het voor Vincent relatief gemakkelijk om Auvers te bereiken in mei 1890. Gedurende de zeventig dagen die hij hier verbleef, voltooide hij vijfenzeventig doeken. Naast het station bevindt zich een tweedehands boekwinkel waar ze ook oude affiches verkopen. We parkeren de fiets voor het eveneens door Van Gogh vastgelegde Hotel de Ville. De Franse pleinen zijn netjes, schoon en een genot voor het oog, jammer alleen dat de geparkeerde patserauto’s het beeld zo domineren. Je zou bijna terugverlangen naar de tijd van Vincent, al was syfilis toen nog een dodelijke ziekte en absint een drankje waar je blind van werd of waar je verlammingsverschijnselen aan kon overhouden. In Auvers bevindt zich een museum dat geheel gewijd is aan deze gifgroene hoog-alcoholische likeur waar Van Gogh, naar verluidt, niet vies van was.

De voorzijde van de Auberge Ravoux waar Van Gogh verbleef en waar hij iedere dag om dezelfde tijd aan zijn eigen vaste tafel at, is prachtig. De zonnebloemen staan in volle bloei. De ingang van de vroegere herberg bevindt zich aan de achterkant. Van Goghs tafeltje staat in de eetzaal gereed alsof hij ieder moment kan aanschuiven. We lopen naar de eerste verdieping waar een rondleiding zal starten. De museummedewerker denkt dat we de enige geïnteresseerden zijn. We bestijgen de trap waar Vincent zijn laatste voetstappen neerzette en komen op de goedkoopste zolderkamer waar Vincent uiteindelijk stierf. In het midden van het kleine, kale vertrek staat een kleine rieten stoel. De gaten in de muur bracht de kunstenaar aan om zijn doeken op te hangen, zodat het hier een kleurig geheel moet zijn geweest. De groep heeft zich inmiddels uitgebreid tot acht personen, al hebben de laatkomers het begin van het verhaal gemist.

Toen Vincent hier in mei 1890 arriveerde, was hij net ontslagen uit de psychiatrische inrichting van Saint-Remy in de Provence. Hij voelde zich sterk en de brieven die hij in deze periode schreef hadden een optimistisch karakter. De reden dat hij eind juli van dat jaar een eind aan zijn leven maakte, was vermoedelijk vooral het uitblijven van artistieke erkenning. Theo had te maken financiële tegenslagen en Vincent zag zichzelf steeds meer als een last voor zijn broer die hem al die jaren was blijven steunen.

Vincents zelfmoordpoging in een van de korenvelden mislukte aanvankelijk. Hij strompelde terug naar zijn kamer, waar dokter Gachet hem onderzocht, maar hem niet meer kon redden. De rondleiding door de herberg sluit af met een diapresentatie van de mooiste werken, gecombineerd met de plekken waar ze oorspronkelijk zijn gemaakt. Een stem leest fragmenten voor uit de brieven van Vincent: ‘Op een dag zullen er hopelijk liefhebbers te vinden zijn voor mijn doeken.’

Het is nog een hele wandeling naar de woning van dokter Paul Gachet. Het asfalt doet de temperatuur verder stijgen op dit vroege middaguur. Auvers is voor een groot deel in oude staat gebleven en is, als je de auto’s wegdenkt, nog altijd schilderachtig. Ook de woning van de arts, die als Paul van Ryssel zelf ook niet onverdienstelijk schilderde en etste, is een museum geworden. Gachet ontving in het hooggelegen huis beroemde of later beroemd-geworden schildervrienden als Pissarro, Cézanne, Renoir en Van Gogh. In de rotstuin staat een replica van de rode tafel waar Paul Gachet graag met andere kunstenaars van gedachten wisselde over de kunst en het leven.

Veelzeggend is de anekdote dat Vincent de door Gachet aangeboden vijf-gangenmenu’s niet alleen als een verkwisting beschouwde, maar ook als zonde van de tijd. Hij had die ook kunnen besteden aan het schilderen. Volgens Vincent had een mens genoeg aan een bord eten en een paar glazen wijn. Zijn protestantse wortels raakte hij als domineeszoon niet zomaar kwijt. Gachet hield juist van het goede leven. Als progressieve en kunstzinnige arts ging hij niet gehinderd door de opinie van andere dorpsbewoners zijn eigen weg. In zijn huis woonde hij onder één dak met zijn vrouw en zijn maîtresse. Van beide had hij een kind.

Gachet was gespecialiseerd in ‘melancholie’ zoals een depressie toen werd genoemd. Hij begreep kunstenaars beter dan veel andere artsen. Gachet gaf Vincent het advies om veel te schilderen om zo van zijn zwaarmoedigheid af te komen. De kunstenaar betaalde zijn consulten met zijn doeken.

Paul Louis Gachet, de zoon van Paul, schonk het werk, dat in waarde bleef stijgen aan het Louvre en aan Musée d’Orsay. Dankzij deze nobele geste, kan de hele wereld het talent van Van Gogh zien en erkennen. In Auvers is geen origineel werk van de Nederlandse kunstenaar achtergebleven, al schijnt de eigenaar van de herberg verwoede pogingen te doen om alsnog een echte ‘Van Gogh’ te bemachtigen.