Egbert Derix speelde met uiteenlopende muzikanten als Fish, Iain Matthews, Eric Vloeimans en John Helliwell. Hij combineert klassieke invloeden van Satie met pianojazz en het betere luisterlied. Voor zijn nieuwste album Deo Volente componeerde Derix strijkkwartetten die werden vastgelegd door het Limburgs Strijkkwartet en door enkele strijkers uit het orkest van André Rieu, vertelt de pianist-componist bij hem thuis in zijn woonplaats Horst.

Na een serie cd’s als improvisator en begeleider is een album met gecomponeerde muziek een heel nieuwe stap!

Deo Volente is een selectie van strijkkwartetten, geschreven tussen 2012 en 2024. Als ik een opdracht krijg om strijkers te arrangeren, schrijf ik om er een beetje in te komen voor mezelf een intro, een tussenstuk en een outtro. Niet met de bedoeling dat het op de plaat komt, al hoop ik dat soms stiekem wel, maar vooral om een stuk beter te leren kennen. Inmiddels heb ik een hele verzameling van die uitgewerkte arrangementen opgebouwd.’

Hoe ben je destijds met arrangeren begonnen?

‘In 2012 maakte ik het album In The Now met zanger en gitarist Iain Matthews, bekend van onder meer de Engelse folkband Fairport Convention. Voor dat album hadden we strijkersarrangementen nodig. Hoewel ik mezelf destijds nog niet beschouwde als arrangeur, ben ik het, mede vanuit kostenoverwegingen, gaan doen. Ik heb een conservatoriumopleiding achter de rug en heb daar ook componeerlessen gehad, waar ik veel profijt van heb gehad. Een jaar later maakte ik een album met bewerkingen van muziek van de Britse progrockgroep Marillion (Paintings in Minor Lila). Ook daarvoor schreef ik de strijkerspartijen. Sinds die  tijd word ik met enige regelmaat gevraagd om arrangementen te schrijven voor anderen. Ook voor grotere namen als Marillion-zanger Fish en de Supertramp bigband van John Helliwell.’

In The Now
In The Now

Geef je je muziek met opzet in eigen beheer uit?

‘Ik was aanvankelijk blij toen de muziek van Iain Matthews en mij uitkwam bij Universal / Verve, maar ook daar moesten we voor onze eigen promotie zorgen. Ik ontdekte toen dat je je muziek net zo goed in eigen beheer kunt uitgeven, dan houd je er nog meer aan over ook.’

In het voorwoord van uw boek De Muze brengt mij (2015) vraagt je broer Govert zich bezorgd af waarom je niet veel bekender bent. Heeft je keuze om in het Limburgse Horst te blijven wonen daar iets mee te maken?

‘Roem is relatief. Ik heb veel interessante dingen gedaan. Toch hoor ik vaak mensen zeggen: Hoe kan dat nou? Je speelt met de saxofonist van Supertramp, je hebt de Annie M.G. Schmidtprijs gewonnen (met Gerard van Maasakkers voor het lied ‘Zomaar onverwacht’), je treedt op met Eric Vloeimans, waarom ben je niet veel vaker op de televisie? Ik gebruik mijn tijd en mijn talent voor het maken van mooie muziek. Muziek is voor mij het doel en geen middel om beroemd of rijk te worden. Tijdens mijn studie in New York heb ik fantastische muzikanten ontmoet en met hen samengespeeld. Helaas heb ik daar ook veel voorbeelden gezien van mensen voor wie hun ego de drijfveer was. Die houding kwam ik overigens in de Randstad ook tegen. Voor mij was het een reden om terug te keren naar mijn geboortegrond, hier kan ik helemaal mezelf zijn.’

Wie zijn je voorbeelden in de jazz?

‘Als jazzmuzikant ben ik beïnvloed door Bill Evans en door Paul Bley. Keith Jarrett beschouw ik als een meester op de piano, maar hij is zo goed dat zijn kwaliteit tegelijk heel verlammend kan werken. Paul Bley is uitnodigender en schrikt minder af. Ik ben ook groot liefhebber van de jazzrockband Steps Ahead.’

Hoe is het om met trompettist Eric Vloeimans te spelen?

‘We spelen nu al meer dan tien jaar samen en we treden steeds frequenter op. We beginnen vaak vanuit het niets, de eerste set is volledig geïmproviseerd. Doorgaans hebben we wel een paar composities achter de hand, maar vaak komen we daar niet eens aan toe. We gaan zitten en we beginnen gewoon te spelen. Het is bijzonder om dat te laten gebeuren. Ook het album Gardens of Abundance (2022) dat ik met Eric maakte, is zeker voor de helft geïmproviseerd. Musiceren met Eric is altijd een feest.’

Egbert Derix & Eric Vloeimans
Egbert Derix & Eric Vloeimans

Deo Volente is niet je eerste klassieke album. Met Sef Thissen nam je klassieke liederen op voor Wandern. Voor dat album vertaalde je poëzie van je vader Jan Derix (1936-2009) in het Duits. Het zijn mooie gedichten, waarom heeft hij ze zelf nooit gepubliceerd?

‘Om dat te begrijpen moet je iets van zijn achtergrond weten. Mijn vader is geboren in een arm, katholiek gezin, zijn ouders konden zijn studie niet betalen. Dankzij de invloed van de deken van Horst kreeg hij als intelligente jongen de kans om opgeleid te worden aan het Watersley-seminarie. Hij ontdekte echter al op jonge leeftijd dat hij geen roeping had voor het ambt van priester en hij vroeg dan ook of hij zijn opleiding mocht vervolgen aan een regulier gymnasium. Uiteindelijk is dat ook gebeurd. Hoewel hij met vlag en wimpel is geslaagd, ging hij niet naar de universiteit, maar werd hij op zijn zeventiende journalist. Hij las veel en heeft door zelfstudie zijn kennis verrijkt. Hij schreef enkele geschiedenisboeken, voor het uitgeven van zijn poëzie was hij veel te bescheiden. Door zijn gedichten te vertalen, kreeg ik het gevoel dat ik mijn vader beter heb leren kennen.’

Wandern
Wandern

Je hebt ook teksten van Eckhart Tolle op muziek gezet. Wat fascineert je zo in hem?

‘Tolles boodschap is universeel: we moeten goed zijn voor elkaar, goed zijn voor de planeet en we mogen ons eigen gewin nooit ten koste laten gaan van het geluk van anderen. Het bijzondere van Tolle is dat hij schrijft in heldere, klare taal en met veel humor. Hij valt vaak terug op de persoon van Jezus Christus. Via Tolle ontdekte ik later Alan Watts, een andere spirituele denker. De spreekstemmen van Tolle en Watts heb ik gebruikt op mijn album Dark Night Of The Soul.’

Dark Night Of The Soul
Dark Night Of The Soul

In uw boek verwijs je regelmatig op een subtiele manier naar het religieuze: ‘Toeval is Gods manier om anoniem te blijven.’ Naast muziek is dit kennelijk een belangrijk onderdeel van je leven.

‘De dalai lama heeft ooit gezegd dat iemand die van religie verandert de kern van zijn eigen religie niet heeft begrepen. Dat vind ik een rake uitspraak. In de kern komen alle religies volgens mij op hetzelfde neer, welke etiketten wij er ook op plakken.’

Wat voegt religie toe aan het leven?

‘Mensen die hun zaakjes goed voor elkaar hebben lopen het risico hun eigen spirituele leegte niet op te merken. Die geestelijke armoede zie je bijvoorbeeld bij mensen die zeshonderd euro voor een concertkaartje neertellen en vanuit een skybox naar Metallica kijken, maar daar niet echt van kunnen genieten.’

Deo Volente
Deo Volente

Waarom hebt je je album Deo Volente genoemd?

‘Ik vind het een mooi adagium, waar je veel mee kunt zeggen. Wij mensen hebben nu eenmaal niet alles in de hand. In ‘Deo Volente’, als God het wil, klinkt niet alleen een gezonde reserve door, maar ook dankbaarheid: ik ga hier niet in mijn eentje over. Anderen zullen het misschien een fatalistisch motto vinden, ik beschouw het eerder als bescheiden. Omdat dit mijn eerste album met alleen maar strijkkwartetten is, leek het me een passende titel. Deo Volente, niets is in het leven vanzelfsprekend.’

 

Foto Egbert: Jan de Bruyn