De kortste en mooiste route naar Stavoren is over het water. Niet ver van treinstation Enkhuizen kun je drie keer per dag op de ‘Bep Glasius’ stappen, een ranke witte veerboot die de golven van het IJsselmeer doorklieft. Aan de overkant zien we het in de ijstijd ontstane Rode Klif waar de Friezen in de veertiende eeuw de Hollanders met succes wisten tegen te houden. Even later varen we langs een rijtje, pastelkleurige huizen zoals je die in Scandinavië wel tegenkomt.

Kabeljauw, Stavoren
Kabeljauw, Stavoren

Zodra we voet aan wal zetten, valt mijn oog op de eentonig geschubde rug van een monsterachtige vis. Als ik eromheen loop, kijk ik in de wijd opengesperde bek van het enorme beest. Alsof hij een lekker hapje krijgt voorgehouden, spuit water vanuit verschillende plaatsen uit de grotachtige holte tevoorschijn. Dit is met voorsprong het lelijkste kunstwerk dat ik ooit heb gezien. Zelfs de Blokkerketen zou zich schamen om hier replica’s van te verkopen. Dit moet het prutswerk zijn van een lokale kunstenaar die gedragen door een welwillende bevolking zijn gedrocht op het havenplein mocht neerleggen. Een overduidelijke verwijzing naar de vis die de ring van de vrouwe van Stavoren terugbracht en daarmee onheil voor de voorheen zo bloeiende havenstad voorspelde. Waar het standbeeld van de vrouwe net als de zeemeermin in Kopenhagen gepast bescheiden is gehouden, kan het contrast met de afzichtelijke geglazuurde kabeljauw niet groter zijn.

Vrouwe van Stavoren
Vrouwe van Stavoren

Achter de veelkleurige woningen bevindt zich een verlaten grasveld waarop een roestig monument is neergezet. Nieuwsgierig lees ik een bordje waarop staat dat op deze plek ooit een blokhuis stond, waarvan de opgegraven restanten nog zichtbaar zijn. De glasplaten waaronder die zich bevinden zijn echter verbrijzeld, zodat deze blik in de rijke historie van de Hanzestad me niet is gegund.

Blokhuis
Blokhuis

De naam van deze plaats heb ik inmiddels al in drie varianten gehoord: Stavoren, Staveren en Starum. ‘Hoe verhouden die zich tot elkaar?’ vraag ik aan de medewerker van het plaatselijke museum. ‘Het is de eerste keer dat ik die vraag krijg, ik zal het voor je opzoeken,’ zegt de dame, die hier toch al enkele jaren als vrijwilliger werkt.

Op bezoek bij steden in de omgeving, komen we meer merkwaardige fonteinmonumenten tegen. In Hindeloopen ligt een stapel geweivormig gestripte boomstammen van waaruit paradijsvogels water spuiten. In IJlst ontneemt een realistisch gestileerde bloembak het zicht op een historische zaagmolen en in Sneek staat een merkwaardig mannetje rond te draaien voor de Waterpoort.

Bloembak IJlst
Bloembak IJlst

De fonteinen blijken in deze omgeving te zijn neergezet in 2018, toen Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa was. Curator en kunstkenner Anna Tilroe kreeg de opdracht om in het kielzog van de Friese hoofdstad ook de andere steden mee te nemen in de culturele vaart der volkeren. Tilroe, die Friesland nauwelijks kende, reisde monter af naar de provincie en liet zich niet afschrikken door verhalen over de slag bij het Rode Klif en de dood van Bonifatius. Had het voorstel voor het plaatsen van een fontein zich maar beperkt tot Leeuwarden. Het ‘Love’-beeld van Jaume Plensa voor het station van de Friese hoofdstad is namelijk prachtig.

'Love' Fountain, Leeuwarden
‘Love’ fontein, Leeuwarden

Toeristen die naar zuidwest Friesland komen hechten aan traditie. Ze willen een broodje paling, ze maken foto’s van de huizen die er nog net zo bij staan als honderden jaren geleden, ze verpozen zich bij voorkeur in bruine cafés waar de muziek uit hun jeugd weerklinkt, waar Oranjekoek met duimendikke lagen slagroom wordt geserveerd en waar het tijdloze biljart uitnodigend staat opgesteld.

Niet alle elf fonteinen zijn gelukkig zo afzichtelijk als de vis van Stavoren. De Oortwolk van Jean-Michel Othoniel in Franeker past goed bij de voormalige universiteitsstad. Het is een eerbetoon aan de Franeker astronoom Jan Hendrik Oort (1900 – 1992) die als eerste schreef over de zogenaamde Oortwolk in de buitenste regionen van ons zonnestelsel. Birthe Leemeijer ging in Dokkum met ijs aan de gang zodat ook de historische link met de Elfstedentocht tot zijn recht komt.

IJsfontijn Dokkum
IJsfontein Dokkum

Na het zien van de documentaire die Roel van Dalen maakte over het fonteinproject krijg je zowaar respect voor Anna Tilroe die moedig standhield in vijandig gestemde zaaltjes met koppige Friezen, zeker als je bedenkt hoe actiegroep Kick-Out Zwarte Piet twee jaar later in Friesland werd ontvangen. Dat de kunstenaars uit Amerika, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zelf ook in gesprek moesten met de plaatselijke bevolking voelt ongemakkelijk. De Friezen kregen hierdoor het idee dat er nog van alles mogelijk was. Een inwoner van Workum ging zelf maar eens aan de tekentafel zitten en ontwierp in twintig minuten een enorme paplepel waar de brei voor eeuwig vanaf zou moeten druipen.

Dat de internationale kunstenaars de opdracht kregen een fontein te ontwerpen, is een te beperkende factor geweest, die bovendien niet goed genoeg is doordacht. Anna Tilroe zal hebben gedacht: niemand kan iets tegen een volksvriendelijke fontein hebben. In tropische oorden zorgen fonteinen misschien voor verkoeling, in Friesland werken ze vooral op je blaas. Cabaretier Jan-Jaap van der Wal merkte in de documentaire terecht op dat zuinige Friezen nooit muntjes gaan gooien in een fontein en als iemand dat al zou doen, een ander ze er meteen weer uit zou halen. Van der Wal, die opgroeide in Leeuwarden, speelde in zijn toespraak een verbindende rol tussen de culturele elite en de nuchtere Friezen. ‘Als de Friezen van te voren het werk van Mondriaan hadden moeten beoordelen, zouden ze hebben gezegd: best aardig hoor, maar had je die andere vakjes ook niet even kunnen inkleuren?’

De Friese kunstenaar Henk de Boer die aanvankelijk in één van de commissies zat, kon de gang van zaken niet langer aanzien en besloot na een geslaagde crowdfunding-actie met hulp van anderen een eigen ‘pauperfontein’ te maken die bij toerbeurt in één van de elf steden zou komen te staan. Deze fontein deed tevens dienst als urinoir en zodra die als zodanig gebruikt werd, begonnen de 22 piemels waaruit het werk bestond te spuiten.

De Piemelfontein
De Piemelfontein

Het Fries Museum haalde de neus op voor dit staaltje volksnijverheid en weigerde om de piemelfontein blijvend onderdak te bieden. Na afloop van het Culturele Hoofdstad-jaar mochten de gulle donateurs hun eigen piemels mee naar huis nemen. Daar kregen ze een plaatsje achter de ramen of in de tuinen. Als opgestoken middelvingers naar de culturele elite die Friesland meende te moeten vertellen hoe ‘echte kunst’ eruit hoort te zien.