Francis Wolff (1907 – 1971) beschouwde zichzelf niet als kunstenaar, hooguit als hobbyfotograaf. Samen met Alfred Lion, die net als Wolff voor de nazi’s was gevlucht uit Duitsland, richtte hij het vermaarde Blue Note-label op. De eerste muziek die ze opnamen en uitbrachten waren platen van de boogiewoogie-pianisten Albert Ammons en Meade Lux Lewis. Vanaf de jaren vijftig en zestig kwamen vrijwel alle grote jazzmuzikanten naar Blue Note om hun muziek te laten opnemen door geluidstechnicus Rudy van Gelder (die Nederlandse ouders had).

25.000 foto’s
Een van de aantrekkelijke aspecten van het Blue Note-label was dat muzikanten niet alleen betaald werden voor de opnames maar ook voor de uren dat ze repeteerden. Dat leverde vaak betere platen op, maar het gaf Francis Wolff ook de gelegenheid om zijn artiesten op onbewaakte momenten te fotograferen. In de periode dat hij werkte voor Blue Note maakte hij ruim 25.000 foto’s. Veel daarvan bezitten inmiddels een iconische status. Toonaangevende musea als het Museum of Modern Art in New York hebben zijn werk in hun vaste collectie.

Het gezicht van Blue Note
De afbeeldingen van Wolff werden destijds gebruikt als reclamemateriaal, als illustraties bij de liner notes en als onderdeel van de LP-hoezen. De mooiste hoezen werden ontworpen door Reid Miles. Zijn kenmerkende rechthoekige patronen en zijn artistieke, schreefloze letters gecombineerd met de schitterende portretten van Wolff gaven Blue Note-platen een eigen gezicht.

Lichtinval
De kracht van Wolffs foto’s zit zowel in de Rembrandteske lichtinval als in de essentie die hij wist te vangen uit de geconcentreerde gezichtsuitdrukkingen van de muzikanten. Zijn foto’s brengen de gloriejaren van hardbop en freejazz opnieuw tot leven. Wie de afbeeldingen bekijkt die Wolff maakte van Miles Davis, John Coltrane, Sonny Rollins, Thelonious Monk, Art Blakey, Herbie Hancock en al die anderen hoort vanzelf de bijbehorende muziek.