De QR-code op de telefoon opent de poortjes probleemloos. Met twee minuten vertraging vertrekken we uit Rotterdam. De reservering voor de zitplaatsen in de trein naar en door Duitsland zijn ons niet toegestuurd. Ik stuur een mail naar de treinreiswinkel met ‘urgent’ in de titel. Vanaf 9 uur zou daar iemand moeten zitten.
Bekijk hier een samenvatting van de reis met extra beeldmateriaal:
In Hilversum stappen we over in de betreffende trein waar voldoende ruimte is. Sommige stoelen zijn in het bezit van groene lichtjes, andere van rode. Net als we ons hebben geïnstalleerd komen er mensen binnen die recht menen te hebben op uitgerekend onze zitplaatsen, terwijl de rest van de coupé nog leeg is.
Als we de Duitse grens naderen, reageert de treinreiswinkel met vermelding van de juiste stoelnemers. De coupé waar we horen te zitten is veel voller en bovendien ligt er iemand languit te slapen op onze twee stoelen. We blijven hier voorlopig maar zitten.
De stilte in de coupé wordt slechts verbroken door iemand die kennelijk vindt dat hij een prettige stem heeft. Bij ieder station doet hij vooraf en na afloop een hele trits mededelingen in drie talen. Zijn stem doet denken aan directeur van het Rijksmuseum Taco Dibbits, of zou een AI-programma die stem hebben gekopieerd?
Vanaf Bremen nemen de bezoekingen toe. Een jonge vrouw denkt dat iedere zin die ze uitspreekt grappig moet zijn. Haar ouders, die al behoorlijk op leeftijd zijn, gaan er zo’n beetje in mee. Doodvermoeiend. In Osnabrück schuifelen ze tot mijn schrik in dezelfde richting als wij.
Het station herken ik van een eerdere reis naar Hamburg. Volgens de borden heeft onze trein een half uur vertraging. Gek genoeg staat de huidige tijd niet op de borden. De trein komt te laat, maar nog wel volgens de aangekondigde tijd. De korte nacht die ik heb gehad, wreekt zich: de geur van soep maakt me misselijk. Een baby huilt hard.

In Hamburg lopen we meteen door naar Gleis 1, vanwaar de S-bahn naar Pinneberg moet vertrekken, die we nemen in verband met aangekondigde werkzaamheden op het spoor. Het perron stroomt vol met bepakte toeristen die bolderkarren, fietsen en kinderen met zich meeslepen. De metro rijdt maar eens per halfuur (in plaats van de ons voorgespiegelde iedere tien minuten). Dat wordt proppen. Tergend langzaam rijden we naar de plek van bestemming. Onderweg komen er nog meer mensen bij. Ook in Pinneberg stroomt het perron voor de trein vol. Als we binnen zijn, duurt het nog zeker twintig minuten voor we eindelijk vertrekken. Zou het op dit laatste korte eindje alsnog misgaan? De trein stopt vaak, waaronder eenmaal midden in het land. Om 17.05 arriveren we op Kiel Haupbtahnhoff, de balie van de Stena Line gaat over tien minuten dicht. De paar minuten lopen die ons zijn voorspiegeld vallen vies tegen. Een paar shoppende dames kijken ons verbaasd na: proberen die mensen werkelijk de boot nog te halen? Bij de balie stellen ze ons gerust: u bent nog net op tijd.
Een gezin dat niet heeft gereserveerd voor het diner, druipt teleurgesteld af. Om zichzelf te kwellen, kijken ze naar wat ze allemaal niet kunnen eten. Er zijn twee buffetten, warm en koud. Als ik de rij voor de warme hap zie, kies ik voor koud. Lekker veel vis en een salade met garnalen. Mijn reisgenoot haalt toetjes en thee.

De boot gaat heen en weer, het waait stevig, maar het is nog net te doen. Het is mooi om de Duitse kust te kunnen volgen. Strandjes en huisjes in lichte kleuren. Mijn reisgenoot begeeft zich naar het dek. Ik zie door het raampje van de hut links voor me land. Als ik Google Maps open, klopt dat. We varen langs Langeland. De wind trekt verder aan. We kijken naar de zon die ondergaat achter Langeland. Aan de andere kant staat de bijna volle maan.Op advies van mijn reisgenoot neem ik voor het slapen gaan twee reistabletjes in. Misschien lukt het me deze keer om te slapen op de boot.

Dag 2
Voor het eerst slaap ik op zee. We ontbijten vroeg. Tegen acht uur stroomt de ontbijtzaal vol. Aan beide kanten water. De deining is nog behoorlijk.
Bij het binnenvaren van de haven van Göteborg zien we kleine eilandrotsjes met huisjes en een vuurtoren. Na aankomst wandelen we naar de tram. Het is een hele rit, zodat we ook nu bepaald niet ruim in de tijd zitten. De trein halen we nog net. De eerste halte in Zweden heet Trollhättan, een naam om te gebruiken in een toneelstuk. Schuin voor me zit een vrouw de hele reis naar een scherm te kijken waarop enkele mensen met elkaar in gesprek zijn. Het beeld bevriest voortdurend, waarop de vrouw haar aandacht richt op haar telefoon net zolang tot de zwakke wifi weer een paar minuten van de uitzending mogelijk maakt.

Me van geen kwaad bewust, blijk ik vannacht om half twee de mededeling ‘Vanaf nu ontvangt u het signaal vanaf een satelliet’ te hebben gehad, ‘daarvoor gelden andere tarieven.’ Ik check de kosten, die maar liefst € 90 bedragen. Het laatste stuk van de treinreis gaan we door een tunnel. Aan het eind ervan schijnt licht: Oslo blakert en blinkt in de zon.
Thon Hotel Opera ligt om de hoek van het station. We worden hartelijk ontvangen. Een mevrouw is uiterst onhandig haar veter aan het strikken, met haar voet hoog op een koffer. De rest van haar gezelschap betreedt de lift. Als de vrouw besluit mee naar boven te gaan, valt ze voorover de heis in.
Op zoek naar bestemmingen zie ik dat het Munchmuseum en de Opera zich aan de overkant van de straat bevinden. Het Nationaal museum voor Hedendaagse Kunst is verder weg, maar blijft tot 20 uur open. We beklimmen eerst het schuine dak van het operagebouw. Ongemerkt gaan we behoorlijk de hoogte in. We kijken uit over de haven.

Het is een hele tippel naar het museum. Onverwacht staan we ineens voor de deur van het gebouw van de Nobelprijs voor de vrede, waar we even rondkijken. Het Nationaal museum voor hedendaagse kunst blijkt enorm groot te zijn. We kiezen voor de twintigste eeuw. Hier bevindt zich een mooie collectie met onder meer Picasso, Bracque en Matisse. Het museum heeft een hele zaal gevuld met schilderijen van Munch, wat de vraag oproept wat in het Munchmuseum zelf nog te zien is.

Op de tweede verdieping pauzeren we voor koffie en thee. In het café klinken schrille, horrorachtige geluiden, alsof een haan onverdoofd wordt gecastreerd, wat dit bezoek een surreële sfeer geeft. De pijn wordt daarna verzacht door het pianospel van Tord Gustavsen. Bijzonder om hem hier in zijn thuishaven te horen.
Op het dakterras hebben we een schitterend uitzicht over het water. Op een hoek van dit terras staat een kunstzinnige blokhut waarin daadwerkelijk mensen zitten die serieus met elkaar in gesprek zijn. Vanuit de hoogte ziet mijn reisgenoot een visrestaurant, waar we een hapje gaan eten.
In het hotel overvalt de vermoeidheid me plotseling en val ik vroeg in slaap.
Dag 3
Het Thonhotel is het grootste waar we ooit hebben gezeten. Ze hebben een reusachtige ontbijtzaal, waar werkelijk alles wat je op dat gebied kunt verzinnen te krijgen is. De kan met koffie ligt niet helemaal lekker in de hand en een grote bruine plens belandt naast mijn kopje. Mijn reisgenoot loopt een vroegere collega tegen het lijf die ook een treinreis door Noorwegen maakt.

We kopen een dagkaart voor de tram. Toeristenbussen staan rijen dik voor de ingang van het Vigelandpark. Als Gustaf Vigeland alle beelden die hier staan met de hand heeft gemaakt moet hij stevig hebben doorgewerkt. Zijn werk is realistisch, als een kruising tussen DDR-kunst en de idealen van de witte Vikingjeugd. Ik zoek een plekje In de schaduw van de centrale monoliet en zie dat enkele dames lachend op de foto gaan met een beeld dat voorzien is van een flinke leuter. De dapperste van hen grijpt het beeld gretig bij de ballen. Een accordeonist voorziet het geheel van een niet zo bij het seizoen passende, slepende uitvoering van ‘Autumn Leaves’. De man legt zo weinig swing in zijn spel dat hij bijna op hele noten lijkt te spelen.
We vervolgen de reis door de stad met een bus naar het noorden. Na een overstap verlaten we de tweede bus bij Vår Frelsers Gravlund. We bekijken de goed onderhouden begraafplaats en staan stil bij het graf van Edvard Munch. De kunstenaar is behoorlijk toonaangevend in Oslo, zijn naam duikt voortdurend op. De bus brengt ons terug bij het water. Daar is het andere museum voor moderne kunst: het Astrup Fearnley museum, genoemd naar de gefortuneerde nazaten van twee Noorse kunstenaars die hun geld hebben gebruikt voor het bijeenbrengen van een unieke kunstcollectie.

We zijn verrast door de kwaliteit van het werk van Beatriz Gonzalez. Eerder dit jaar overleed ze. Ze heeft in de jaren zestig een tijdje in Nederland gewoond. Enkele werken hebben dan ook een Nederlands tintje. Zoals haar versie van ‘De overgave van Breda’ van Velasques. Gonzales bewerkte verder nog enkele schilderijen van Vermeer. De doeken van Gonzalez zijn kleurrijk, fel, licht van toon en af en toe humoristisch. Bijzonder hoe ze alledaagse voorwerpen als een kast, een spiegel of een TV toestel heeft beschilderd.

In het tweede gebouw bekijken we enkele werken van Jeff Koons, waaronder de Hoover-stofzuigers en het beeld van Michael Jackson met zijn aap Bubbles. Het ruime museumgebouw ligt op een mooie plek aan het eind van de boulevard. Boten varen voorbij en we bewonderen de vroegere scheepswerfklok, die hier een nieuwe bestemming heeft gekregen. Een lekker ijsje vormt de bekroning van deze middag.
Dag 4 en 5
De langste reis is van Oslo via Kristiansand naar Stavanger. Vanaf deze plaats gaan we mee met een excursie door de fjorden. Onderweg zien we verschillende watervallen. Het rivierwater stort van steeds grotere hoogten naar beneden. We komen oog in oog te staan met enkele berggeiten, die ik vanuit de trein ook al meende te bespeuren. Uiteindelijk, heel hoog in de verte en veel kleiner dan verwacht, de vlakgeslepen rots die de bijnaam ‘Preekstoel’ kreeg.

Stavanger blijkt een aardig plaatsje te zijn met een levendig uitgaansgebied. Een mooie mengeling van authentieke houten huizen, beschilderd in bonte kleuren. Opvallend vaak komen we het regenboogmotief tegen. We eten bij een pizzeria waar de pizza’s zijn onderverdeeld in de categorieën rood versus wit en Amerikaans versus Italiaans. Gek genoeg is het niet mogelijk om een pizza met vis te bestellen.
In het centrum, bij het water is een festival gaande. De aanvangstijd wordt, vermoedelijk bewust, vaag gehouden, evenals de volgorde van de optredende artiesten. We zien een flits van een Noors duo en besluiten terug naar het hotel te gaan.

Voorgaande jaren was het niet mogelijk om ‘Zomergasten’ vanuit het buitenland te bekijken. Deze keer, de 31ste en laatste jaargang is het echter geen probleem. We pakken het laatste stuk mee van het gesprek met Peter Pannenkoek. Leuk fragment van Waardenberg en De Jong. Wilfried de Jong hangt als naakte aap in een net. ‘Pas op, hij wordt kwaad als je hem uitlacht,’ waarschuwt Martin Waardenberg. Even later stormt De Jong woedend het publiek in. Hij rent over de leuningen tussen de stoelen door, klimt naar het balkon waar hij een damestas leeg kiepert over de rand. Tenslotte gaat de brandspuit, gericht op het publiek, vol open. Heerlijk!
Dag 6
Een stoere vrouwelijke chauffeur brengt ons van Stavanger naar Bergen, een vier en half uur durende reis in een dubbeldekker. De route loopt via bochtige, door de bergen slingerende wegen, langs tunnels en over bruggen. Regenbuien en zonnige perioden wisselen elkaar af. De reis wordt twee keer onderbroken doordat we met bus en al een pond oprijden. Daar moeten we uitstappen en steken het water over langs enkele van de duizenden rotsige met naaldbomen begroeide eilandjes.

In Bergen nemen we onze intrek in een stijlvol, oud hotel. Buiten speelt een jazzband: ‘The Sunny Side of the Street.’ Dat zet ons op het verkeerde been. Dit weekend is er geen levende jazz, maar een metalfest, wat de donkere outfits van veel hotelgasten verklaard. Op de begane grond is een gezellige trouwerij gaande. In de gangen is aan muziek gelieerde kunst te bewonderen. Op onze verdieping staat een Bechsteinvleugel.
Dag 7
Bergen heeft een groeizaam klimaat met veel regen. Af en toe valt het uit de lucht en het stopt weer net zo plotseling. Deze zondag bezoeken we de Kunsthal, een alternatieve ruimte met installaties die aan het denken willen zetten. Een film waarop droge gebarsten aarde is te zien waarop vrouwen een soort regendans uitvoeren bevindt zich recht tegenover een met paars licht beschenen ruimte die gevuld is met bloeiende planten die door vrijwilligers uit deze omgeving zijn opgekweekt. In een andere zaal is een metalen installatie te zien met een brandende kaars. Op de wand ernaast wordt een documentaire geprojecteerd. Het is een project van Hanni Kamaly die dehumanisering onderzoekt door te tonen hoe mensen soms worden gereduceerd tot types.

Op de begane grond vooral veel landschappen en pastorale tafereeltjes. We komen op het juiste moment voor een wandeling langs Munch-hoogtepunten. Een deskundige gids geeft een toelichting op de werken van de Noorse kunstenaar. De jongeman vertelt onderhoudend en legt uit dat Munch eerder gevoelens probeerde vast te leggen dan de realiteit. Munch kende verschillende fasen, die somber konden zijn, al kende hij ook opgewektere momenten. Miskenning speelde een rol evenals zijn gecompliceerde verhoudingen met vrouwen. De gids eindigt optimistisch bij een zelfportret waar de levensvreugde vanaf spat. Munch maakte het werk nadat hij in een kliniek zijn drankverleden van zich had afgeschud. Hoe interessant ook, het blijft interpretatie achteraf. Over de betekenis van de vier levensfasen bijvoorbeeld: is de vierde vrouw oud of is ze dood? En de donkere schim op straat: is het een zelfportret van de schilder als miskend genie of stelt deze figuur iets anders voor? Met een half uur duurt de rondleiding net lang genoeg.

We wisselen van gedachten over een fenomeen dat zich al enige tijd aan ons opdringt. Mannen die tijdens een reis of een lezing de hele tijd aan hun vrouw zitten te pulken. Is dit liefde? Is het bezitsdrang? Volgens mijn reisgenoot het laatste. Ik heb het gevoel dat die mannen bang zijn dat hun vrouw het niet trekt en dat ze hen hoe dan ook een prettig gevoel willen geven. Een andere vraag is of dat werkt. Je zou het zo’n vrouw moeten vragen. Een variant van het beschreven fenomeen pleit voor de interpretatie van mijn reisgenoot: in de rij voor de Fjord-cruiseboot geeft een man zijn vrouw, daar ga ik gemakshalve maar vanuit, een tikje op haar bil als teken dat ze door moet lopen. Eenmaal aan boord zie ik een andere man zijn vrouw juist bij haar rugzak grijpen en terugtrekken om te verhinderen dat ze doorloopt.
Tijdens de middagwandeling valt ons oog op de aankondiging van een orgelconcert in de Domkerk. Na een vervroegde maaltijd melden we ons bij de kerk. Volgens het programmaboekje ‘Bergen Orgelzomer’ wordt het een modern programma met vooral onbekende componisten. Het enige houvast tijdens het luisteren zijn de stiltes tussen de stukken. Hoewel het publiek vriendelijk wordt verzocht telefoons uit te zetten gaat er meteen een af. Tussen het eerste en het tweede stuk weerklinkt opnieuw een ringtone.

Na enkele schurende, zoekende delen haalt een deel van het publiek opgelucht adem bij een mars-achtige inhaker. ‘De Parade van de Tinnen Soldaten’ van Leon Jeffel, gearrangeerd door Jonathan Scott. Iemand filmt, omgedraaid in de kerkbank zittend, het orgel met een felle lamp die recht in de ogen van de achter haar zittende bezoekers schijnt. Na afloop van de vrolijke mars is er verwarring: een aarzelend applausje stijgt op. Organist Ourania Gassiou reageert echter professioneel en buigt beleefd. Dan keert ze terug naar het instrument voor de werkelijke uitsmijter: het ingetogen Schertzo Symphonic.
De bruiloft die eerst nog zo gezellig leek, gaat op een luidruchtige manier door tot in de late uurtjes. Een feest is kennelijk pas een feest als muziek hard is en een gesprek onmogelijk. Toch in slaap gevallen.
Dag 8
De reis naar Vatnahalsen start in een krappe trein vanuit Bergen. In Voss nemen we de bus naar Gudvanger. De bergen krijgen een nog indrukwekkender omvang. Vriendelijke stroompjes versnellen zich tot wildwaterbanen. Van Gudvanger naar Flåmm gaan we per boot. Aan beide zijden steken bergen hoog de lucht in. Het weer klaart op, de zon beschijnt de hier en daar besneeuwde bergtoppen. We passeren enkele nederzettingen en een paar losse woningen. In Flåmm hebben we helaas maar weinig tijd om het spoorwegmuseum te bekijken waarin getoond wordt hoe de spoorlijn die ons naar boven moet brengen ooit handmatig is aangelegd. In de trein zelf is het krap. Een naast mij gezeten man houdt enthousiast zijn mobiel vlak voor mijn gezicht, hij filmt de hele reis inclusief de trajecten die we in tunnels doorbrengen. Gelukkig mogen we even naar buiten om een spectaculaire waterval te bezichtigen. Kennelijk is dit voor sommige toeristen nog niet genoeg. De natuurkracht wordt onderstreept met gedisneyficeerde muziek. Dat er tevens een zangeres staat te playbacken hoor ik pas achteraf. Twee haltes verder verlaten we de trein. We hebben twee nachten gereserveerd in het Hoyfjekkshotel. De kamer brengt me terug naar mijn kindertijd. Ik neem plaats in dezelfde stoel als waarin mijn vader vroeger zat.

Buiten hoor ik klassiek-achtige muziek die na vijf minuten wegsterft. Even later gebeurt dat opnieuw. Het blijkt dat de kitscherige watervalmuziek het hele dal rondzingt. Het diner bestaat uit een gevarieerd buffet. We worden aan tafel gezet met een Nederlandse gezin. Ze zijn van plan de volgende dag met een zipline naar beneden te gaan om daarna weer door te rijden.
Dag 9
Via het zigzag-lopende wandelpad naar het 800 meter lager gelegen dal gelopen. Daar hebben we drie kwartier over gedaan, met voorzichtige passen. Boven onze hoofden zoemen mensen met een vaart van honderd kilometer per uur voorbij. Binnen een minuut zijn ze beneden. Anderen nemen de mountainbike, soms hele gezinnen met kinderen. Het lijkt me net iets te steil om comfortabel te zijn. Ik merk controleverlies over mijn benen. Ik gebruik te lang onbenut gebleven spiergedeelten. Ondertussen vraag ik me af of ik op eigen kracht weer naar boven kan komen. Beneden ons lunchpakketje weggewerkt. De terugweg is te doen. Het is wel vermoeiend. Drijfnat arriveer ik op de hotelkamer. Het bad blijkt geen stop te hebben. Ik gebruik een rond zalfpotje dat precies past.

Tijdens het diner/ buffet worden we opnieuw aan tafel geplaatst met Nederlanders: Anouk & Theet, een stel dat net als wij een reis door Noorwegen maakt. Leuk om ervaringen uit te wisselen.
Dag 10
Vanuit Vatnahalsen reizen we een halte mee met het toeristentreintje naar Myrdal. Vanuit een wolk duikt de trein op. De inzittenden zullen behalve de muziek niet veel van de waterval hebben meegekregen. In Myrdal wachten we op de trein naar Oslo die dwars door het hooggebergte rijdt. Het hoogste punt dat we bereiken ligt op 1200 meter. In de verte zien we drie gletsjers. Het eerste deel van de reis gaat nog rap. Als ik denk dat we er bijna zijn, stoppen we vaker en is de vaart eruit. We passeren de fjord waarin het eiland Utöya ligt, de plek waar Anders Breivik vijftien jaar geleden 77 mensen vermoordde.

In Oslo belanden we in een Food Court. Er is veel te kiezen en het eten smaakt goed. We zitten aan lange tafels. Het is laagdrempelig, studentikoos en de muziek staat hard. ‘s avonds gaan we verder met tweede Zomergast Nasrah Habibala. Het gesprek verloopt genuanceerd maar vlak.
Dag 11
We hebben het Munch-museum nog tegoed. Eindelijk hoop ik een antwoord op de vraag te krijgen wat hier allemaal nog te zien is als elders al zoveel werk van de Noorse kunstenaar wordt getoond. Het museum is populair en werkt met tijdblokken. We bezoeken het winkeltje waar ik een boek van Karl Ove Knausgard over Edvard Munch koop. Om elf uur mogen we naar binnen. Er is een strenge controle: kleine tassen mogen mee, flesjes moeten leeg zijn. Na het bekijken van de eerste twee schilderijen met als thema ‘oneindigheid’ gaat er een sirene af. Dit geluid wordt gevolgd door de dringende mededeling: ‘Dit is een brandalarm. Iedereen moet met de trap naar beneden.’ Een man in een rolstoel kijkt geschrokken om zich heen en wordt opgevangen door een personeelslid. Vijf minuten later staan we buiten. Na een half uur is er nog geen sprake van dat we weer naar binnen kunnen.

We besluiten een spontaan ritje in het reuzenrad te maken. We gaan zowaar drie keer rond. Daarna bekijken we het bijzondere houten interieur van de opera. Op het plein staat een blaaskapel te spelen. Dat verklaart mogelijk de vele militaire uniformen die we hier de laatste dagen zien.
Halverwege de middag doen we een tweede poging om het grote Munch-museum te bezoeken. Het is veel rustiger dan in de ochtenduren. Het leven van Munch moet volkomen op de kunst zijn gericht, zoveel heeft hij gemaakt. En hij is tachtig jaar geworden. Na een korte, realistische periode bracht Munch elementen in zijn werk die het geheimzinniger maakten en vooral sterker. Niet alleen zijn schilderijen, tekeningen, litho’s zijn hier te zien, ook de materialen waarmee Munch werkte: gutsen, hout, een drukpers, potloden. In een van de zalen mag het publiek zelf aan de slag met tablets. Bij een van die tablets wordt het resultaat direct op de muur geprojecteerd.

In de zaal met houtdrukken is het mogelijk om een afbeelding vanaf een houtuitsnede op het papier te krijgen door eroverheen te krijten. Een tijdelijke tentoonstelling met als titel ‘De Chocoladefabriek’ belicht schilderijen die in de Freia-fabriek hebben gehangen, waar vele vrouwen hun geld verdienden. In de cacao-industrie zag Munch misstanden die hem inspireerde tot sociaal bewogen werk.
In de hoogste zaal is het mogelijk Munchs werk te vergelijken met tijdgenoten als Asger Jorn, Nikolai Astrup en Erik Harry Johannessen. Boven Oslo hangt een scherpe scheidslijn tussen een strak blauw uitspansel en een donkere onweerlucht. We schuilen in het hotel voor een donderbui en kiezen opnieuw voor de gang naar Oslo Street Food.
Dag 12
In de trein van Oslo naar Götenborg belanden we in een stiltecoupé. Gezien het voorbeeldige gedrag van de Noren verwacht ik dat de reizigers – in tegenstelling tot in Nederland – zich daar aan houden. Een man, een vrouw en een dreinend kind helpen me uit die droom. Drie jongens een eindje verderop starten eveneens een geanimeerd gesprek. Gelukkig heb ik een koptelefoon bij me. Een man aan de overkant van het gangpad begint een videogesprek, even later weer één. Bij het derde wordt hij terecht gewezen door een andere reiziger. Hoewel op iedere stoel staat vermeld wat voor coupé dit is, lijkt de man oprecht als hij zegt dat hij het niet in de gaten had. Omdat we gekozen hebben voor een eerdere trein, zijn we ruim op tijd voor de boot. De tweede les die we toepassen is het op de vliegtuigstand zetten van de telefoon. Er is behoorlijk wat deining, eerder op en neer dan heen en weer. Dankzij de reistabletjes slaap ik weer als een roos.

Bonusdag
Bij de zoveelste poging de Deutsche Bahn te vertrouwen, stelt het Openbaar Vervoer van onze Oosterburen opnieuw ernstig teleur. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, verschuift de vertrektijd met een half uur. Ook dan komt de trein nog niet in beweging. Mededelingen hierover blijven uit. De vertraging loopt al snel op tot boven de zeventig minuten. We weten nu al zeker dat we de aansluiting in Duisburg zullen missen en we kiezen daarom voor een alternatieve route. We stappen uit bij Osnabrück om via Bad Bentheim zo snel mogelijk de grens over te gaan. Na Hengelo loopt alles op rolletjes richting Rotterdam.