Ten zuiden van Maastricht, vlakbij de Belgische grens, is een groot gedeelte van de Sint-Pietersberg afgegraven voor mergelwinning. Iets meer dan een eeuw geleden vestigde zich hier de Eerste Nederlandse Cement Industrie. De Sint-Pietersberg lag strategisch aan de Maas zodat de mergel gemakkelijk in grote hoeveelheden kon worden afgevoerd en verwerkt tot cement.
Je kunt aanvullend audio- en videomateriaal vinden op mijn YouTube-kanaal:

Het is typerend dat een van de weinige Nederlandse bergen zo nodig moest worden afgevlakt. Hoewel de ENCI voor werkgelegenheid zorgde, klaagden omwonenden in toenemende mate over de stank, de vervuiling en de verdroging als gevolg van de mergelwinning. Mede om die reden sloot de fabriek in 2020 en kwam het terrein onder toezicht te staan van Natuurmonumenten. Nieuwsgierig naar hoe het ENCI-complex er tegenwoordig bijligt, nemen we de OV-fiets vanaf Maastricht.

Onderweg passeren we het sprookjesachtige kasteel van orkestleider en violist André Rieu. Enkele minuten later naderen we het ENCI-complex. Tot onze verbazing zien we allerlei bedrijvigheid op het terrein. Shovels rijden af en aan en gehelmde medewerkers lopen groepsgewijs rond. We rijden om het terrein heen en bekijken de afgraving die een enorme krater heeft geslagen in het landschap. Aan de rand van een daar ontstaan meertje genieten we in de voorjaarszon op een terras van koffie en Limburgse vlaai. We spreken onze verbazing uit tegen de eigenaar van deze uitspanning over de activiteit in het DDR-achtige betondorp achter ons. Nee, de ENCI houdt zich niet meer bezig met de mergelproductie, maar het 28 hectare grote terrein wordt dankbaar gebruikt door Hyundai die toekomstige klanten laat zien waartoe de graafmachines van die firma in staat zijn.

André Rieu blijkt niet de enige te zijn die een cultureel stempel drukt op het Limburgse heuvellandschap. Aan de voorkant van de ENCI aan de Lange Kanaaldijk zou zich volgens Google Maps een museum voor moderne kunst moeten bevinden: het Future Museum. Op Instagram bekijken we een voorproefje van het moois dat ons te wachten staat. Volgens de website wordt het museum gerund door Ricardo Perillo en Charlotte Madeleine Castelli. In ronkende bewoordingen beschrijven ze hun inspirerende hub waar hedendaagse kunst en rijk Limburgs erfgoed elkaar ontmoeten. Het duo geeft hier naar eigen zeggen een stralende toekomst vorm waarin de zegeningen van de technologie en de kracht van de verbeelding elkaar stimuleren.

Volgens de website is het museum vanaf 14 uur te bezoeken en we staan te popelen om de inspanningen van de twee hemelbestormende curatoren te bewonderen. De voordeur is open en we betreden het door architect Frits Peutz ontworpen gebouw. Binnen treffen we niemand aan. Via een trap gaan we naar boven en stellen vast dat op iedere verdieping royale toiletruimtes te vinden zijn. Maar daarvoor zijn we niet gekomen. De deur naar nummer 112 A, wat volgens Google Maps het museumadres zou moeten zijn, opent zich moeiteloos. De grote hal waarin we belanden oogt eveneens verlaten. Aan hoge wanden zijn zwart-witfoto’s aangebracht die een indruk geven van de hoogtijdagen van de ENCI. In tegen de muur geplaatste kasten treffen we jubileumboeken aan, waaronder een collector’s item in de vorm van een misdruk. We bladeren door een van de boeken waarin een bezoek van koningin Juliana aan het bedrijf wordt beschreven. De vorstin bleek belangstellend te zijn (je meent het) en wilde alles weten over het productieproces.

Een hoopje gestorte mergel lijkt bedoeld om kinderen inzicht te geven in de geschiedenis van het bedrijf. Enkele minisilo’s bevatten verschillende soorten grind. Op een grijze vergadertafel achterin de hal treffen we zowaar het originele ENCI-archief aan, dat teruggaat tot 1924. Nu begint het ongemakkelijk te worden. Waarom is hier geen toezicht? Waarom ligt dit kostbare erfgoed hier zo onbeheerd? Waarom zijn wij de enige bezoekers terwijl pal voor de deur telkens internationale bussen met toeristen stoppen? Fransen, Duitsers en Japanners beklimmen als kuddes berggeiten de restanten van de Sint-Pieter. Op 30 meter hoogte drinken ze een kopje thee en genieten van het uitzicht over de Maas. Het Future Museum? Nee, nooit van gehoord.
