In het voorjaar van 1978 zag ik voor café ’t Knijpke aan de Nieuwe Weg in Groningen een schoolbord staan waarop geschreven stond: ‘Pinkstermaandag 16 uur, The Streetbeats.’ Groningen had in die periode een vruchtbaar klimaat voor nieuwe muziek. Cafés in de binnenstad hoefden hun deuren niet te sluiten zolang daar levende muziek werd gespeeld.

Tegen vier uur parkeerde ik mijn fiets op enige afstand van de kroeg en wandelde nieuwsgierig naar binnen. De instrumenten stonden opgesteld langs de wand in de lengte van het café. Allereerst een glimmend drumstel, daarnaast gebroederlijk naast elkaar een gitaar en een basgitaar en rechts een elektrisch klavier dat rustte op een meccano-achtig onderstel.

Via de voordeur kwamen de vier bandleden achter elkaar binnenlopen. De langste van het stel dook behendig tussen de hoge poten onder zijn keyboard door. Toen hij rechtop stond sprak hij de onvergetelijke woorden: ‘Let maar niet op mijn gulp. Dat is vanmiddag gebeurd.’ Die spreektekst ging naadloos over in een gezongen a-capella regel. Na een halve maat viel de band strak in. Tijdens het eerste nummer bestudeerde iedereen in het publiek de gulp van de zanger die dankzij een rij veiligheidsspelden gesloten bleef.

De muziek van The Streetbeats klonk fris, speels en tijdloos. De toetsenist zong wat in zichzelf gekeerd en maakte vreemde bewegingen met zijn lange lijf. Hij kondigde zijn nummers aan met ironie en zelfspot: ‘Binnenkort in de hitparade!’

The Streetbeats
The Streetbeats

Een hardnekkige pieptoon achtervolgde me nog dagen, maar ik wist dat ik iets bijzonders had gehoord en dat de wereld binnenkort zou weten wie The Streetbeats waren. Enkele weken later was de Groninger band te horen op de landelijke radio. De zanger bleek Jan Rot te heten. Dat was zijn echte naam, zei hij, hoewel de mensen nog lang bleven geloven dat hij zichzelf had vernoemd naar Johnny Rotten van The Sex Pistols.

Jan Rot vertelde op de VARA radio over zijn drijfveren: ‘Ze laten mij altijd in de steek, de meisjes. Daar heb ik zo’n verdriet van! En daar schrijf ik over.’ Met mijn cassetterecorder nam ik nummers op die ik later nooit meer ben tegengekomen zoals ‘She’s the one’ en ‘We are the Streetbeats (We are the Streetbeats and you’re a streetbeat too. If you want to you can be a Streetbeat too’).

Mini album
Mini album

Af en toe zag ik een van de Streetbeats lopen. Alsof ze onderling hadden afgesproken dat ze nooit zouden fietsen. Vanaf dat moment besloot ik voortaan ook lopend naar de stad te gaan. Op een muur in de binnenstad had iemand met een witte verfkwast geschreven: ‘Herman Brood is dood, Jan Rot is de nieuwe god!’ Jaren later gaf Rot toe dat hij dat zelf had gedaan.

The Streetbeats traden vaak op, ik zag ze in Vera en in het Sterrenbos. De lang aangekondigde langspeelplaat liet een tijdje op zich wachten, het publiek werd zoet gehouden met vier nummers op een mini-album. Aardige liedjes, maar The Streetbeats-magie ontbrak. De platenwinkel verkocht buttons: ‘I’m A Streetbeat’, die prikte ik solidair op mijn jas. Uiteindelijk kwam er toch nog een album, in een lichtgroene hoes, met plastic kinderschroefjes en moertjes, die op een artistieke manier jongens en meisjes voorstelden. Ik schafte de plaat aan, maar had het idee, dat ik de enige was die dat deed.

Boys & Girls
Boys & Girls

Brood bleek overigens nog lang niet dood te zijn en the Streetbeats werden uitgenodigd om acte de préséance te geven in Paradiso voor de opnames van de film Cha Cha. Brood bevond zich op het hoogtepunt van zijn roem en hij kreeg van filmmaker Herbert Curiël (1927 – 2021) de vrijheid om invulling te geven aan de inhoud van zijn film. Cha Cha was een poging iets van het rock & roll-gedachtengoed van de zanger /pianist over te brengen. Brood, die zelf ook in Groningen was begonnen, maakte een royaal gebaar en gaf jonge bands de gelegenheid zich te presenteren in zijn film. The Streetbeats kozen voor het lekker snelle nummer ‘No More Conversations.’

De soundtrack Cha Cha verscheen eerder dan de film, (verwarrend genoeg Broods tweede Cha Cha album). Kant 2 nummer 3 van de soundtrack begon met de stem van Jan Rot: ‘No! More! Conversations!’ gevolgd door een snelle beat in een aanstekelijk golvend patroon.

Cha Cha
Cha Cha

De teleurstelling voor The Meteors, White Honey, Phoney and the Hardcore en The Streetbeats moet groot zijn geweest toen ‘iemand van hogerhand’ besliste dat de film te lang was geworden en dat alle ‘overbodige’ muziekjes zouden worden geskipt. Soms leek het wel alsof Jan Rots carrière bewust werd gesaboteerd.

Jan Rot verhuisde naar Amsterdam en startte de nieuwe groep Ratata. De single ‘On The Telephone’ kwam op de radio en de muziek klonk verrassend fijn. New Orleans-achtige Rhythm-and-blues met een eigentijds speelse twist: ‘You can’t make love on the telephone.’ De naam van de groep kwam voorbij in een liedje van Doe Maar: ‘Ik weet een heel leuk tentje, daar speelt een prima bandje: Ratata!’ Ratata mocht ooit een legendarisch geworden indirect compliment in ontvangst nemen. Na een optreden van de Ierse band U2 in Vera, Groningen schreef muziekjournalist Eddy Determeyer in het Nieuwslad van het Noorden: ‘De soppige cementrock van U2 kan zich niet meten met lokale bands als New Adventures en Ratata.’ (17 oktober 1980)

Ratata
Ratata

Toen dat bandje jongerencentrum Simplon aandeed, bleek Jan Rot als zanger vervangen te zijn, door een spring-in-het-veld zonder charisma en zelfspot. Ik was zo verontwaardigd dat ik verhaal ging halen in de kleedkamer en daar ineens oog in oog stond met Jan Rot die het beleid schouderophalend verdedigde met de woorden: ‘Tsja, hij zingt nu eenmaal beter.’

In 1981 begon Jan Rot aan een solocarrière. In de TV-show van Sonja Barend zong hij het naïef opbeurende liedje: ‘Counting Sheep’, waarin het volledige Engelse alfabet voorbijkwam. Ging het dan toch gebeuren? Een LP volgde met de dubbelzinnige titel Single. Deze plaat bevatte een grote hoeveelheid prachtige liedjes in fijnzinnige arrangementen. Met als hoogtepunten ‘Since Jenny Ran Away’ (I lost my grip on life) en ‘The Service’ (My love for her, is more than I can bear). Jan Rot toonde zijn kwetsbare kant. Met zijn sterk verbeterde stem was hij in staat te ontroeren en zijn liedjes zaten vernuftig in elkaar. Iedereen die ik de plaat liet horen beaamde: dit is een meesterwerk!

Single
Single

De plaat deed niet wat hij had moeten doen en Rot gooide het over een andere boeg. In het televisieprogramma RUR van Jan Lenferink kwam hij uit de kast als schrijver. Na zijn teleurstellende ervaringen met meisjes, viel Jan Rot nu op jongens en beschreef hij zijn avonturen in de gayscene.

Ook op muzikaal gebied zat Jan Rot niet stil. Hij ging in zee met de broers Martin en Roy Bakker. Op zijn album Rot & Roll (1984) zong hij de hartverscheurend mooie ballad ‘Tenderness’. Een mooi voorbeeld van de troostende werking van muziek. Jan Rot was gewoon te goed voor het grote publiek, realiseerde ik me toen ook dit geen nummer één hit werd.

Rot & Roll
Rot & Roll

Ondertussen broedde Rot op iets groters. In zijn journalistieke werk voor muziekkrant Oor gaf hij zijn lezers af en toe al voorproefjes van zijn creatieve vermogens in zijn moedertaal: ‘Doe niet zo vaag Ina, je weet toch wat een peen is?’ Zijn eerste Nederlandstalige album heette Hoop en Liefde. Rot haalde zijn neus niet op voor de vaderlandse muziektraditie. Dat bleek onder meer uit de prominente aanwezigheid van de accordeon. ‘Lia’ was een waardig eerbetoon aan de Volendamse Cats. Rot leek zijn draai te hebben gevonden. Op zoek naar zijn roots ontdekte hij hoe diep die wortels zaten en hoever ze zich uitstrekten. Hij vertaalde de mooiste popliedjes uit binnen- en buitenland. Als geen ander weet hij hoe een tekst moet samenvallen met een melodie en dat de klank belangrijker is dan de betekenis.

Honderden, duizenden museumschatten uit het wereldwijde liedjesboek lagen te wachten op de Nederlandse handtekening van Jan Rot. Nadat hij zich op Elvis, Sinatra, The Beatles en The Stones (Ankie!) had gestort, dienden nieuwe bibliotheken zich aan. Want waarom zou Jan Rot zich moeten beperken tot de zogenaamde lichte muziek? Nu hij toch bezig was, kon hij met hetzelfde gemak de liederen van Schubert en Schumann afstoffen en van nieuwe glans voorzien. Waar anderen terugdeinsden voor de Matthäus Passion ontfermde Jan Rot zich over Bachs meesterwerk. ‘Tijdens het vertalen van het lijdensverhaal, zag ik Jezus op de vensterbank zitten,’ vertelde Jan Rot aan theoloog en presentator Jacobine Geel. ‘Hij keek over mijn schouder mee.’ Het album van het Residentie Orkest met de Nederlandse bewerking van de Mattheuspassie kreeg de zegen mee: het werd Jan Rots eerste nummer één hit!

Mattheuspassie
Mattheuspassie

Na de lockdown van 2020, gingen de theaterdeuren in november op een kiertje. Jan Rot, opnieuw stadgenoot, trad op in het theater van boekhandel Donner in Rotterdam voor een handjevol publiek. Hij was dezelfde man als toen hij achter de toetsen stond in café ’t Knijpke, maar nu zonder de camouflage van harde muziek, veiligheidsspelden en Engelstalige teksten.

Donner 27 november 2020
Donner 27 november 2020

In het tv-programma Op 1 vertelde Jan Rot eerder dit jaar dat hij ongeneeslijk ziek is. Bij Matthijs gaat door zong hij onlangs, begeleid door de Sven Hammond Big Band, een indrukwekkende versie van Leonard Cohens ‘Hallelujah’.

Ik deed mijn best, het was niet veel

Ik voel maar weinig als ik speel maar echt is echt, en dat is wat ik doe, ja

En ook al klonk het dan verrot,

ooit sta ik voor de psalmengod en rolt niets van mijn tong dan halleluja

Ik bestelde kaartjes voor zijn show in het Nieuwe Luxor in december. Te laat. Uitverkocht.

Inmiddels is de gerestaureerde versie van de film Cha Cha verschenen. Daarop alsnog de beelden en de muziek van The Streetbeats. Eindelijk gerechtigheid.